
Je leert veel over AI door iets te maken dat je zelf kunt beoordelen. Een korte werkbrief, een overzicht uit een paar bronnen of een eenvoudige webpagina geeft je een concreet resultaat. Je ziet wat de tool begrijpt, welke informatie ontbreekt en wat een tweede opdracht verandert.
Hieronder staan drie projecten met fictieve voorbeelden en prompts. Ze sluiten aan op de oefeningen in de Classroom, die blijven staan om zelf mee te werken. De voorbeelden zijn bewust klein genoeg om de uitkomst na te lopen, en uitgebreid genoeg om meer te ontdekken dan alleen ‘de tool maakt tekst’.
Een werkbrief maken
Een werkbrief beschrijft een taak voor iemand die de achtergrond nog niet kent. Dat kan een collega zijn, of een AI-assistent. Je legt uit wat je wilt maken, welke informatie beschikbaar is en waaraan je een bruikbaar resultaat herkent. Het maken van de werkbrief helpt vaak al om te zien waarom een eerdere opdracht onduidelijk was.
Neem een fictieve vereniging die een vrijwilligersmiddag organiseert. De datum is vastgesteld, de locatie is beschikbaar en er komt een eenvoudige aanmeldlijst. Het programma is nog niet definitief. Je wilt een conceptpagina met praktische informatie, zonder alvast activiteiten te beloven die nog niet zijn afgesproken.
Help me een werkbrief maken voor een pagina over een vrijwilligersmiddag. Bekend: zaterdag 24 oktober, 13.00–16.00 uur, buurthuis De Brug. Doel: deelnemers weten waar en wanneer ze kunnen komen. Nog open: het programma en wie de aanmeldingen bijhoudt. Resultaat: een concepttekst en een lijst met ontbrekende informatie. Maak duidelijk wat bevestigd is en wat nog een voorstel is. Voeg geen activiteiten, namen of contactgegevens toe.
Lees de uitkomst als opdrachtgever. Zijn de open punten zichtbaar? Is de datum goed overgenomen? Begrijpt iemand buiten de vereniging waarvoor de pagina bedoeld is? Als de tool direct een compleet programma verzint, weet je dat de grens tussen informatie en invulling niet goed is gevolgd.
Een vervolgopdracht kan zijn: ‘Maak van de werkbrief nu een paginaconcept. Zet bij het programma dat dit later wordt toegevoegd.’ Daarna kun je uitleggen welke formuleringen wel en niet passen. Bewaar uiteindelijk de werkbrief en het concept apart. De werkbrief beschrijft de opdracht; de pagina is het resultaat.
Gebruik de werkbrief-oefening om dezelfde aanpak toe te passen op een eigen herkenbare taak. Begin met informatie die je zelf kunt controleren.
Vragen aan bronnen stellen
Voor het tweede project gebruik je drie korte documenten over dezelfde fictieve activiteit: een planning, notulen en een vrijwilligerslijst. Zet in de planning dat de zaal vanaf 12.00 uur beschikbaar is. Zet in de notulen dat deelnemers om 13.00 uur binnenkomen. Geef de vrijwilligerslijst twee taken zonder eigenaar. Er zijn nu feiten die samenhangen en gaten die zichtbaar moeten blijven.
Vraag eerst om informatie uit de bronnen, zonder er meteen een verhaal van te maken. Zo is beter te zien of de tool de documenten juist leest. Een vraag over het verschil tussen voorbereiding en inloop laat bijvoorbeeld zien of twee verschillende tijdstippen onterecht als tegenstrijdig worden behandeld.
Gebruik alleen de drie aangeleverde documenten. Welke tijden horen bij voorbereiding en bij de inloop? Welke taken hebben nog geen eigenaar? Laat bij elk antwoord de bron en de relevante passage zien. Als documenten elkaar tegenspreken, zet beide versies naast elkaar. Als het antwoord ontbreekt, schrijf dan dat het niet in de bronnen staat.
Je kunt dit proberen met bestanden in een assistent of met een bronverzameling in Gemini Notebook / NotebookLM. Kijk welke vorm de verwijzingen hebben en of je daarmee de passage kunt terugvinden. De verwijzing is pas nuttig als hij werkelijk bij het antwoord past.
Maak daarna een extra document waarin de zaal vanaf 11.30 uur beschikbaar is en geef het een latere datum. Vraag opnieuw naar de voorbereidingstijd. Je leert nu iets anders: kan de tool een gewijzigde bron herkennen, en vertelt hij waarom een eerder antwoord verandert? Geef aan of het nieuwe document bevestigd of nog een concept is.
Het resultaat van dit project kan een klein overzicht zijn met feiten, bronnen en open vragen. Een niet-beantwoorde vraag is daarin een bruikbare uitkomst. Je ziet precies welke informatie je nog moet verzamelen. De bronnen-oefening bevat een prompt waarmee je dit ook voor een eigen set documenten kunt proberen.
Een webpagina bouwen
Voor het derde project maak je een eenvoudige pagina met veelgestelde vragen over de vrijwilligersmiddag. Begin met vijf fictieve vragen. Je kunt bijvoorbeeld vragen naar het tijdstip, de locatie, aanmelden, meenemen van iemand en wat er bij slecht weer gebeurt. Voor dat laatste is nog geen afspraak; het antwoord moet die onzekerheid laten zien.
Een appbouwer zoals Lovable of v0 kan helpen om vanuit een beschrijving een eerste webversie te maken. In een codeomgeving kun je hetzelfde laten bouwen met een tool die projectbestanden kan bewerken. Het belangrijkste is dat je de pagina kunt openen en het gedrag zelf kunt proberen.
Maak een eenvoudige webpagina met vijf vragen en antwoorden. Gebruik uitsluitend de fictieve inhoud die ik aanlever. Voeg een zoekveld toe dat zoekt in vragen én antwoorden. Laat bij geen resultaat een begrijpelijke melding zien. Als het zoekveld leeg is, zijn alle vragen zichtbaar. Zorg dat de pagina op mobiel werkt en met het toetsenbord te bedienen is. Bewaar gegevens alleen in deze pagina; er is geen login of database nodig.
Probeer vervolgens drie zoekopdrachten. Een woord uit een vraag moet het juiste item tonen. Een woord dat alleen in een antwoord staat, moet ook gevonden worden. Een onbekend woord moet de lege toestand laten zien. Wis daarna het zoekveld en controleer of alle vragen terugkomen. Zo beoordeel je gedrag in plaats van alleen het uiterlijk.
Gebruik ook het toetsenbord. Kun je het zoekveld bereiken en zie je waar de focus staat? Open de pagina op een smalle breedte. Blijven de vragen leesbaar en past een lang antwoord binnen de pagina? Als iets niet werkt, beschrijf dan de precieze situatie in je vervolgopdracht. ‘Zoeken op buurthuis geeft niets, terwijl dat woord in een antwoord staat’ geeft veel meer informatie dan ‘de zoekfunctie is slecht’.
De bouw-oefening in de Classroom is een vertrekpunt. Voeg na de eerste werkende versie pas iets nieuws toe, zoals een categorie of een knop om alle vragen weer te tonen. Dan kun je zien welk effect die verandering heeft.
De eerste versie verbeteren
De eerste versie laat meestal zien welke delen van je opdracht nog dubbelzinnig waren. Bij de werkbrief kan het doel niet scherp genoeg zijn. Bij bronvragen kan onduidelijk zijn welk document actueel is. Bij de pagina kan een functie ontbreken die voor jou vanzelfsprekend leek. Gebruik die observatie voor een gerichte tweede opdracht.
Verander liefst één inhoudelijk punt tegelijk als je wilt begrijpen wat helpt. Een nieuwe bron toevoegen en tegelijk de vraag, schrijfstijl en structuur veranderen maakt het moeilijk om te zien waar de verbetering vandaan kwam. Bewaar de eerdere versie zodat je kunt terugkijken.
Een bruikbare correctie beschrijft het probleem en de gewenste uitkomst. Bijvoorbeeld: ‘In de werkbrief is het programma als bevestigd beschreven. Dat is nog open. Laat de bekende tijden staan en zet het programma bij de open vragen.’ Je laat de tool zo gericht herstellen zonder al het eerdere werk opnieuw te laten maken.
Een fout opnieuw proberen
Bij de FAQ-pagina kun je een fout eerst zichtbaar maken voordat je om een aanpassing vraagt. Stel dat je zoekt op ‘parkeren’, terwijl de vraag de titel ‘Waar kan ik mijn auto neerzetten?’ heeft. De pagina toont geen resultaat. Noteer de zoekterm, wat er verschijnt en welke vraag je verwacht te vinden.
Geef die beschrijving aan de bouwtool. Vraag eerst te bekijken hoe het zoeken nu werkt. Misschien doorzoekt de pagina alleen titels en staat ‘parkeren’ wel in het antwoord. Dan kun je gericht vragen om ook de antwoordtekst te doorzoeken. Een algemene opdracht als ‘maak het zoeken beter’ laat veel keuzes open.
Probeer na de wijziging dezelfde zoekterm opnieuw op de werkende pagina. Bekijk ook een term die eerder goed werkte, een lege zoekvraag en een woord dat nergens voorkomt. Een lege zoekvraag kan alle vragen tonen; een onbekend woord kan een begrijpelijke melding geven. Beschrijf vooraf welk gedrag je daarvoor wilt.
Deze voorbeelden zijn klein genoeg om zelf te controleren. Ze helpen om een reparatie te beoordelen aan de hand van de oorspronkelijke fout en de bestaande functies. Als de pagina verder groeit, kun je zulke gevallen als vaste controles bewaren. De uitleg van de tool blijft nuttig, maar het gedrag dat je op de pagina kunt zien bepaalt of de wijziging geslaagd is.
Wat je hiervan leert
Deze drie projecten laten verschillende onderdelen van AI-gebruik zien. De werkbrief gaat over een begrijpelijke opdracht. Het bronnenproject gaat over herkomst en ontbrekende informatie. De webpagina gaat over een resultaat dat echt moet werken. Die ervaringen helpen ook als je later een uitgebreidere toepassing bekijkt.
Noteer aan het einde wat je hebt gemaakt en welke correctie het meeste verschil maakte. Je kunt er een klein voorbeeld bij bewaren: de oorspronkelijke vraag, de eerste uitkomst en de aangepaste versie. Dat is nuttig om later opnieuw te proberen of om aan iemand anders uit te leggen wat je hebt geleerd.
Als een project groter wordt, komen er nieuwe vragen bij. Een aanmeldpagina die echte gegevens opslaat vraagt bijvoorbeeld om andere afspraken dan deze fictieve FAQ. Voor herhaald werk heb je actuele context nodig. Voor handelingen in andere programma’s zijn koppelingen nodig. Je kunt verder lezen bij Projects en context en Koppelingen en skills zodra die onderdelen relevant worden.
Quickmouse · Uitleg en voorbeelden · Bronnen gecontroleerd op 11 oktober 2026.
Terug naar AI Classroom